SBN ondersteunt ook bij het opzetten en implementeren van het veiligheidsbeleid binnen uw bedrijf. Wij verzorgen voor u alles op het gebied van veiligheid zoals de Quickscan, de Risico-Inventarisatie & Evaluatie (RI&E), het noodplan, het ontruimingsplan, ontruimingstekeningen en vluchtrouteplattegronden.

Stichting Bedrijfshulpverlening Nederland

proefexamen Eerste hulp

 1. Welke handeling verricht een BHV-er als eerste bij een slachtoffer?
a. 112 bellen
b. Een slachtoffer aanspreken en schudden om zijn/haar reactie vast te stellen
c. Een slachtoffer geruststellen
 2.  Wat moet een BHV-er doen bij een slachtoffer dat een bijtende vloeistof in zijn/haar oog heeft gekregen?
a. Het oog schoonwrijven met een steriel gaasje
b. Zo snel mogelijk naar het ziekenhuis vervoeren
c. Het oog uitspoelen met overvloedig water
 3. Welke kenmerkende verschijnselen treft u aan bij een tweedegraads verbranding?
a. Een zwarte of grauwwitte huid
b. Blaren
c. Een rode gezwollen huid
 4. In welke houding legt u een slachtoffer dat bewusteloos is om de ademweg vrij te houden, nadat er een normale ademhaling is? 
a. De stabiele zijligging
b. De meest comfortabele ligging voor het slachtoffer
c. De stabiele rugligging
 5. Wanneer voert u als BHV-er een kinlift uit?
a. Als u bij een slachtoffer dat niet reageert de ademhaling gaat controleren
b. Als u een slachtoffer dat alleen reageert op schudden gaat beoordelen
c. Als u een slachtoffer in stabiele zijligging moet leggen
 6.

Wat is één van de kenmerken van een normale ademhaling?

a. De borstkas en/of bovenbuik komen duidelijk omhoog
b. Er kan zichtbaar lucht in het slachtoffer worden geblazen
c. Er komen gierende geluiden uit de bovenbuik van het slachtoffer


 

 7.

Wanneer is het noodzakelijk om een slachtoffer te verplaatsen?

a. Als een hulpverlener er niet goed bij kan
b. Als er te veel toeschouwers zijn
c. Als het niet veilig genoeg is om hulp te verlenen

 8. Wat wordt verstaan onder reanimatie?
a. Alleen beademing
b. Beademing en borstcompressie
c. Alleen borstcompressie
 9. 

Wat is shock?  

a. Een situatie waarbij een slachtoffer nadrukkelijk aanwezig is
b. Een situatie waarbij een slchtoffer ineens neervalt
c. Een levensbedreigende situatie veroorzaakt door een tekort aan circulerend bloed of vocht

10. Tijdens het reanimeren van een  slachtoffer merkt u dat het slachtoffer gaat overgeven. Welke techniek past u toe?
a. De snelle kantelmethode
b. De stabiele zijligging
c. De kinlift
11. Als u de ademweg van een slachtoffer niet heeft kunnen vrijmaken door middel van mondreiniging of slagen op de rug dan zult u de ademweg vrij moeten maken met…
a. De Heimlichmanoeuvre
b. De Rautekgreep
c. Beademing
12.  Hoe diep drukt u het borstbeen naar beneden bij reanimatie van een volwassen slachtoffer?
a. 2-3 cm
b. 5-6 cm
c. 4-5 cm
13.  Wanneer spreekt u van een open botbreuk?
a. Als de huid op de plaats van de breuk open is
b. Als u kunt zien dat het bot geheel doormidden is
c. Als op de plaats van de breuk de huid gezwollen is
14. U komt bij een slachtoffer dat niet reageert op aanspreken en schudden. Wat is uw eerstvolgende handeling?
a. Reanimeren
b. 112 alarmeren 
c. Roepen om hulp
15. Mag u een slachtoffer met shock drinken geven?
a. Ja, als het slachtoffer hierom vraagt
b. Nee
c. Altijd
16. Hoe lang koelt u minimaal een brandwond?
a. 10 minuten
b.   5 minuten
c. 30 minuten
17. Wat is de juiste handelwijze voor een BHV-er bij een slachtoffer dat nog ademt, maar met mogelijke een rug- of nekwervelbreuk?
a. Het slachtoffer laten liggen zoals u hem/haar aantreft
b. Het slachtoffer in stabiele zijligging brengen
c. Een nekkraag aanbrengen
18.  Waaraan herkent u een botbreuk?
a. Aan zwelling op de plaats van de breuk
b. Aan pijn
c. Aan normale beweeglijkheid van het betreffende ledemaat
19. Wat legt u bij het aanleggen van een wonddrukverband als eerste op de wond?
a. Een zwachtel
b. Synthetische watten
c. Een snelverband
20. Hoe lang controleert u of het slachtoffer ademt?
a.   5 seconden
b. 10 seconden
c. 20 seconden
21. Wat is het tempo per minuut voor het geven van borstcompressies?
a.   80
b. 100
c. 120
22. Hoe zorgt u ervoor dat deskundige hulp op de plaats van een ongeval bij een slachtoffer komt?
a. Hulp verlenen en de rest gaat vanzelf
b. Een omstander op het slachtoffer laten letten en zelf alarmeren
c. Zelf bij het slachtoffer blijven en anderen laten alarmeren
23. Waarvoor wordt een AED gebruikt?
a. Als apparaat om hartritmestoornissen te voorkomen
b. Als vervanging voor de basale reanimatie
c. Als aanvulling op de basale reanimatie
24. Wat gebeurt er als de circulatie wegvalt?
a. Het hart stopt met pompen
b. Al het bloed stroomt naar de hersenen
c. De ademhaling blijft normaal
25.  Welke taak moet van u als BHV-er de hoogste prioriteit krijgen?
a. Het zorgen voor deskundige hulp
b. Het geruststellen van het slachtoffer
c. Het letten op gevaar
26.

Waarom is het belangrijk het slachtoffer te helpen op de aangetroffen plaats?

a. Door verplaatsen kan de toestand van het slachtoffer verergeren
b. Het slachtoffer vindt het erg onplezierig als u hem/haar aanraakt
c. Het verplaatsen kost erg veel onnodige tijd en energie

27. Hoe lang moet de huid minimaal met water gespoeld worden bij verbranding door chemische stoffen?
a. 10 minuten
b. 30 minuten
c. 15 minuten
28.  Met welke methode beademt u een slachtoffer onder normale omstandigheden?
a. Mond op neus
b. Methode van dokter Phil
c. Mond op mond
29.  Hoe moeten lichte verwondingen worden verzorgd?
a. De wond spoelen, ontsmetten en steriel afdekken
b. De wond omhoog brengen en druk op de wond uitoefenen
c. De wond omlaag houden en snelverband aanbrengen

30. Wat is de verhouding tussen het geven van borstcompressies en het beademen?
a.    5 : 2
b.  30 : 2
c.  15 : 2
      
   

ANTWOORDEN PROEFEXAMEN EERSTE HULP:

1 b     11 a     21 b
2 c     12 c     22 c
3 b     13 a     23 c
4 a     14 c     24 a
5 a     15 b     25 c
6 a     16 a     26 a
7 c     17 a     27 b
8 b     18 a     28 c
9 c     19 c     29 a
10 a     20 b     30 b