• Home
  • Nieuws
  • Angst om fouten te maken remt reanimatie: waarom training het verschil maakt

Tekort aan burgerhulpverleners

Volgens cijfers van de Hartstichting krijgen dagelijks zo’n 45 mensen buiten het ziekenhuis een hartstilstand. Jaarlijks gaat het om ruim 12.000 meldingen. In acht van de tien gevallen wordt de reanimatie gestart door omstanders, nog vóórdat professionele hulpverleners arriveren.

Dat snelle optreden vergroot de overlevingskans aanzienlijk. Waar die voorheen rond de 9 procent lag, is die inmiddels gestegen naar 23 procent. Toch zijn er nog zo’n 25.000 extra vrijwilligers nodig om het netwerk van burgerhulpverleners landelijk dekkend te maken.

Opvallend is dat één op de vier Nederlanders beschikt over een geldig reanimatiecertificaat, maar slechts een klein deel zich daadwerkelijk aanmeldt als vrijwilliger. De reden is volgens het onderzoek duidelijk: mensen zijn bang om schade te veroorzaken of fouten te maken.

Het misverstand rond “iets verkeerd doen”

De Hartstichting benadrukt dat het een hardnekkig misverstand is dat iemand kan overlijden door een fout van een burgerhulpverlener. Bij een hartstilstand is niets doen vrijwel altijd fataal. Iets doen vergroot juist de overlevingskans.

Toch blijkt uit onderzoek dat ruim de helft van de Nederlanders denkt dat verkeerd handelen het slachtoffer kan schaden. Die onzekerheid zorgt ervoor dat mensen terughoudend blijven, ondanks een afgeronde training.

De realiteit is dat reanimatie geen kwestie is van perfectie, maar van actie. En juist dat vraagt om vertrouwen.

Angst in noodsituaties: een breder probleem

De terughoudendheid die bij reanimatie zichtbaar wordt, speelt niet alleen op straat. Ook binnen organisaties zien we dat medewerkers kunnen aarzelen bij noodsituaties.

Denk aan:

  • een plotselinge hartstilstand op de werkvloer

  • een ontruiming bij brand of rookontwikkeling

  • een ernstig ongeval in een productieomgeving

In zulke situaties is de eerste reactie vaak bepalend. Maar onder druk neemt twijfel het snel over als kennis niet regelmatig wordt herhaald.

Training draait daarom niet alleen om vaardigheden, maar om het creëren van handelingszekerheid. Wie regelmatig oefent, weet wat te doen. En wie weet wat te doen, handelt sneller.

Waarom herhaling cruciaal is

Een reanimatiecertificaat is geen eindpunt. Jaarlijkse opfrissing zorgt ervoor dat kennis actueel blijft en handelingen automatisch worden.

Tijdens herhalingstrainingen worden realistische scenario’s nagebootst. Deelnemers oefenen onder tijdsdruk en ervaren hoe het is om te handelen wanneer elke seconde telt. Juist dat oefenen verlaagt de drempel om in een echte situatie in actie te komen.

De cijfers van de Hartstichting laten zien dat snelle hulp daadwerkelijk levens redt. Burgerhulpverleners zijn gemiddeld 2,5 minuut sneller ter plaatse dan een ambulance. In noodsituaties is dat verschil enorm.

Bedrijfsveiligheid begint bij vertrouwen

Voor organisaties betekent dit dat bedrijfshulpverlening meer is dan een verplicht onderdeel van beleid. BHV’ers zijn vaak de eerste die moeten handelen bij een incident.

Een goed georganiseerde BHV-structuur bestaat uit:

  • voldoende getrainde medewerkers

  • regelmatige herhaling

  • duidelijke procedures

  • realistische oefeningen

Wanneer medewerkers vertrouwen hebben in hun kennis en vaardigheden, verkleint dat de kans op verlamming door twijfel.

Boek nu een BHV-cursus: klik hier!

Iets doen is beter dan niets doen

De boodschap van de Hartstichting is helder: bij een hartstilstand is niets doen vrijwel altijd fataal. Diezelfde gedachte geldt breder voor noodsituaties.

Voorbereiding en training maken het verschil tussen afwachten en handelen.

Juist daarom blijft investeren in EHBO-, reanimatie- en BHV-training essentieel. Niet alleen om te voldoen aan verplichtingen, maar om mensen daadwerkelijk in staat te stellen in actie te komen wanneer het nodig is.