• Home
  • Nieuws
  • Preventiemedewerker, ploegleider of Hoofd BHV: Herman Gubbels legt het verschil uit

Van Defensie naar veiligheidsprofessional

Herman Gubbels werkt sinds januari 2021 in vaste dienst bij SBN, maar zijn ervaring in de veiligheidswereld gaat veel verder terug. Zijn loopbaan start bij Defensie, waar hij als onderofficier infanterie actief is binnen de Luchtmobiele Brigade. Wanneer hij in 1999 noodgedwongen moet stoppen, rolt hij via een organisatie gespecialiseerd in risicoadvisering en veiligheidsopleidingen de wereld van arbeidsveiligheid in.

“Daar ben ik het vak ingerold. Eerst als instructeur, later steeds meer richting advies en organisatievraagstukken.”

In de jaren daarna ontwikkelt Herman zich verder met opleidingen als Integrale Veiligheidskunde en Hogere Veiligheidskunde. Die combinatie van praktijk en theorie vormt vandaag de basis van zijn werk.

 

BHV als sluitstuk van arbeidsveiligheid

Volgens Herman begint een adequate BHV-organisatie bij de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E). In een RI&E worden risico’s binnen een organisatie in kaart gebracht. In het bijbehorende plan van aanpak staat vervolgens welke maatregelen genomen moeten worden om risico’s uit te sluiten of te beperken.

Toch zullen er volgens Herman altijd restrisico’s blijven bestaan.

“Het is een utopie om alle risico’s volledig te elimineren. Er blijven altijd restrisico’s over. Juist daarom is een goede BHV-organisatie essentieel.”

Door maatgevende scenario’s en risico’s goed te analyseren, krijgt een organisatie inzicht in wat de wet bedoelt met termen als ‘doeltreffend’, ‘zodanig’ en ‘naar behoren’.

Meer weten over een RI&E met plan van aanpak? Klik hier!

 

De rol van de preventiemedewerker

De preventiemedewerker speelt volgens Herman een sleutelrol aan de voorkant van veiligheid. Deze functie is wettelijk vastgelegd en richt zich onder andere op de RI&E, het bewaken van het plan van aanpak, het adviseren van de OR/PVT en de samenwerking met arbodienstverleners.

Toch ziet Herman tijdens trainingen regelmatig dat deelnemers eigenlijk niet goed weten wat hun taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden precies zijn.

“Veel mensen zeggen ja op de rol van preventiemedewerker, zonder dat vooraf goed besproken is wat die functie inhoudt.”

Volgens hem gaat het vervolgens vaak mis op praktische zaken.

“Als je vraagt of iemand officieel is aangesteld, hoeveel tijd er beschikbaar is voor de uitvoering van de taak en of er instemming is vanuit de OR/PVT, dan blijft het vaak stil.”

Juist daarom vindt Herman het belangrijk dat organisaties de rol van preventiemedewerker serieus invullen en niet zien als een administratieve verplichting.

Een preventiemedewerker moet volgens hem zichtbaar zijn binnen de organisatie en veiligheid actief bespreekbaar maken. Denk bijvoorbeeld aan het signaleren van onveilige situaties op de werkvloer, het bespreken van risico’s met leidinggevenden en het bewaken van acties uit het plan van aanpak.

Bekijk hier de cursus Preventiemedewerker

 

BHV: het beperken van de gevolgen

Waar de preventiemedewerker zich richt op het voorkomen van ongevallen, ziekte en letsel, komt de BHV-organisatie in beeld wanneer het toch misgaat. Denk aan brand, een ongeval of een ontruiming.

“Dat zijn de momenten waarop je moet handelen. Dan gaat het niet meer over beleid, maar over uitvoering.”

Binnen die BHV-organisatie ontstaan vervolgens verschillende rollen, afhankelijk van de grootte, complexiteit en risico’s van een organisatie.

 

Ploegleider BHV: operationeel aansturen

De ploegleider BHV is verantwoordelijk voor de operationele aansturing tijdens een incident. Deze rol vraagt volgens Herman om overzicht, communicatie en snel kunnen schakelen.

“Je moet keuzes maken op het moment zelf. Wie doet wat? Waar zet je mensen in? Dat vraagt om overzicht en communicatieve vaardigheden.”

Volgens Herman wordt deze rol regelmatig onderschat. Tijdens beleidsmatige opleidingen voor Hoofd BHV ziet hij geregeld deelnemers die in de praktijk eigenlijk vooral operationeel leidinggeven aan een BHV-ploeg.

“Mensen krijgen soms de titel Hoofd BHV, terwijl ze in de praktijk vooral bezig zijn met het operationeel aansturen van BHV’ers. Een opleiding Ploegleider BHV sluit dan vaak veel beter aan op de daadwerkelijke taakstelling.”

In kleinere organisaties is die aansturende rol volgens Herman vaak compacter dan in grotere en complexere organisaties.

Een ploegleider BHV stuurt bijvoorbeeld tijdens een brandmelding direct BHV’ers aan, laat een verkenning uitvoeren en controleert of iedereen het pand veilig heeft verlaten.

Bekijk hier de cursus Ploegleider BHV

 

Hoofd BHV: beleid en organisatie

De rol van Hoofd BHV ligt juist meer aan de beleidskant. In de Arbowet staat beschreven dat werkgevers doeltreffende maatregelen moeten nemen op het gebied van eerste hulp, brandbestrijding, ontruiming en contact met hulpdiensten. Werkgevers mogen taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden delegeren. In de praktijk wordt die verantwoordelijkheid vaak neergelegd bij een Hoofd BHV.

Deze functie richt zich op het organiseren, coördineren en borgen van de volledige BHV-organisatie.

“Het Hoofd BHV zorgt dat alles klopt: aantallen, opleidingen, oefeningen, middelen en structuur.”

Volgens Herman draait het daarbij niet alleen om mensen opleiden, maar ook om beleid, voorbereiding en continu verbeteren. Dat geheel wordt meestal vastgelegd in een BHV-beleidsplan.

Bekijk de cursus Hoofd BHV: klik hier!

 

Waar het in de praktijk misgaat

In zijn werk ziet Herman een terugkerend patroon. Bedrijven voldoen op papier aan de verplichtingen, maar in de praktijk gebeurt er weinig.

“Er wordt een RI&E gemaakt, er komt een plan van aanpak en daarna verdwijnt het in een la.”

Ook de rol van de preventiemedewerker blijft volgens hem vaak beperkt tot een formaliteit. Zonder tijd, mandaat of duidelijke positie binnen de organisatie verandert er weinig.

“Dan heb je iemand met een certificaat, maar zonder impact.”

Volgens Herman is veiligheid uiteindelijk een gezamenlijke inspanning binnen een organisatie, waarbij de werkgever eindverantwoordelijk blijft.

“De werkgever moet zorgen dat rollen goed zijn ingericht, dat mensen de juiste middelen en tijd krijgen en dat veiligheid serieus wordt genomen.”

 

Van papieren werkelijkheid naar praktijk

De oplossing ligt volgens Herman niet in meer regels, maar in meer bewustwording en betere uitvoering.

“Veiligheid moet leven in de organisatie. Het moet onderdeel zijn van hoe je dagelijks werkt.”

Dat betekent volgens hem ook dat een RI&E geen eenmalige actie is, maar een continu proces.

“Een RI&E is geen document dat je één keer opstelt. Het moet actueel blijven en meegroeien met de organisatie.”

Daar ligt volgens hem ook de kracht van goede opleidingen en begeleiding: niet alleen kennis overdragen, maar mensen daadwerkelijk in beweging krijgen.

Herman sluit af met een kritische, maar goudeerlijke noot:

“Als deelnemers na een training teruggaan en het gesprek aangaan binnen hun organisatie, dan begint het pas echt.”