Proefexamen BHV

Test uw BHV kennis. Vul onderstaande vragen in en bekijk het resultaat.

1.
Wat is het basisprincipe van brandbestrijding?
2.
Welke drie basisfactoren zijn nodig voor het ontstaan van brand?
3.
Wanneer moet de noodverlichting gaan branden?
4.
Wat wordt verstaan onder een Klasse C-brand?
5.
Vluchtwegen, nooduitgangen en uitgangen worden aangegeven door:
6.
Als de schakelaar van de brandweerlift in de stand ‘brandweer' wordt gezet, waar gaat de liftkooi dan naar toe?
7.
Wat voor eigenschappen heeft koolmonoxide (CO)?
8.
Waarvoor gebruikt u een blusdeken?
9.
Welke functie heeft een panieksluiting?
10.
Als BHV-er neemt u een zogenaamde 'voorpostfunctie' in. Wat wordt hiermee bedoeld?
11.
Wie heeft de algehele leiding bij een ontruiming?
12.
Volgens de Arbeidsomstandighedenwet is de werkgever verplicht om ervoor te zorgen dat:
13.
Wat is één van de BHV-taken bij een ontruiming?
14.
Welke giftige stof komt bij iedere brand vrij?
15.
Hoe snel na een melding moet een BHV-er starten met het uitvoeren van zijn/haar taken?
16.
Wat is de verhouding tussen het geven van borstcompressies en het beademen?
17.
Wat doet u als eerste als u een brand achter een deur vermoedt?
18.
Hoe moeten lichte verwondingen worden verzorgd?
19.
Met welke methode beademt u een slachtoffer onder normale omstandigheden?
20.
In een ontruimingsplan staat beschreven:
21.
Hoe lang moet de huid minimaal met water gespoeld worden bij verbranding door chemische stoffen?
22.
Waarom is het belangrijk het slachtoffer te helpen op de aangetroffen plaats?
23.
Welke taak moet van u als BHV-er de hoogste prioriteit krijgen?
24.
Een nooduitgang moet altijd geopend kunnen worden:
25.
Wat gebeurt er als de circulatie wegvalt?
26.
Waarvoor wordt een AED gebruikt?
27.
Tijdens werkzaamheden in een elektriciteitskast ontstaat door kortsluiting brand.
Welk blusmiddel mag u zeker niet gebruiken?
28.
Hoe zorgt u ervoor dat deskundige hulp op de plaats van een ongeval bij een slachtoffer komt?
29.
Wat is het tempo per minuut voor het geven van borstcompressies?
30.
Wat doet u als u een signaal van de “slow-whoop” hoort?